Send a friend

Nieuws

Hoogleraar OGGZ pleit voor nieuwe, intensieve vorm van ambulante zorg


07-12-2009

Voor 10 tot 15 % van de patiënten in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) moet een nieuwe, intensievere vorm van ambulante begeleiding worden ontwikkeld. Dit is een groep die overduidelijk psychische problemen heeft, maar zelf niet aanklopt bij huisarts of GGZ-instelling. De huidige GGZ is niet toegerust voor deze groep omdat zij ervan uitgaat dat patiënten zelf om hulp moeten vragen en omdat zelfraadzaamheid, het zelfstandig functioneren in de samenleving, een algemeen gehuldigd principe is. Dat zegt Bert van Hemert, hoogleraar in de epidemiologie van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) in zijn oratie aan het LUMC.

Voor 10 tot 15 % van de patiënten in de geestelijke gezondheidszorg (GGZ) moet een nieuwe, intensievere vorm van ambulante begeleiding worden ontwikkeld. Dit is een groep die overduidelijk psychische problemen heeft, maar zelf niet aanklopt bij huisarts of GGZ-instelling. De huidige GGZ is niet toegerust voor deze groep omdat zij ervan uitgaat dat patiënten zelf om hulp moeten vragen en omdat zelfraadzaamheid, het zelfstandig functioneren in de samenleving, een algemeen gehuldigd principe is. Dat zegt Bert van Hemert, hoogleraar in de epidemiologie van de Openbare Geestelijke Gezondheidszorg (OGGZ) in zijn oratie aan het LUMC.

 


Een aziatische man die geen Nederlands spreekt en door een wijkagent op straat wordt ontdekt omdat hij opvallend gedrag vertoont. Na enkele pogingen treft een verpleegkundige die nauw met de politie samenwerkt op het adres van de man zijn kinderen aan die wel Nederlands spreken. De man bleek door de huisarts naar de GGZ verwezen, maar was daar nooit aangekomen. Inmiddels is een outreachend team gestart met behandeling.

De crisisdienst komt bij een 38-jarige man met flink agresssief gedrag. De man blijkt ontslagen uit een GGZ-instelling en moet medicatie slikken, maar geeft zelf aan dat hij dat niet nodig vindt. Na twee maanden wordt hij opnieuw met een manische psychose opgenomen.

Een 17-jarige Turkse jonge vrouw is op de spoedeisende hulp aangekomen na het slikken van 20 paracetamols. Ze ziet geen uitweg meer vanwege relatieproblemen en kan daar thuis niet over praten omdat de relatie thuis wordt afgekeurd. De jonge vrouw wil geen hulp. Het lukt de casemanager van de GGD om deze vrouw naar de GGZ te krijgen.

Drie voorbeelden van kwetsbare mensen die gebaat zijn bij een outreachende vorm van geestelijke gezondheidszorg: waarbij de hulpverlener actief contact zoekt met de patiënt, ook al is die daar zelf niet naar op zoek. Van Hemert hanteert voor deze zorg de term ‘includerende zorg' waarbij de probleemsituatie leidend is voor het zorgaanbod en niet de hulpvraag.

In zijn oratie gaat Van Hemert in op de oorzaak voor het ontbreken van deze vorm van zorg binnen de GGZ en beschrijft hij ook de voorwaarden voor het goed kunnen functioneren van deze hulpvorm. Als oorzaken noemt hij de dominantie van het autonomieprincipe en de vermaatschappelijking. "Het autonomieprincipe houdt in dat wij de zorg niet paternalistisch naar de mensen toe willen brengen, maar dat wij verwachten dat mensen met problemen zelf bij de zorg aankloppen. Als de patiënt niks wil, dan doen wij ook niks. Wij hebben in de samenleving nog een weg af te leggen waar het gaat om het vinden van de balans tussen enerzijds de autonomie en anderzijds de menswaardigheid. Waar autonomie ontaardt in verwaarlozing schiet het autonomieprincipe zijn doel voorbij." De andere oorzaak is volgens Van Hemert de zogenaamde vermaatschappelijking, wat inhoudt dat men vindt dat mensen met een lichamelijke of geestelijke handicap zo veel mogelijk ondersteund moeten worden om een zelfstandig bestaan te leiden als volwaardig lid van de samenleving. "Personen met een beperking moeten niet worden weggeborgen in instituties. In de praktijk van de psychiatrie betekent dit dat mensen met een geestesstoornis zo veel mogelijk vrijheid moeten hebben. Als uitgangspunt is dat natuurlijk een goede zaak, maar de prijs is wel dat kwetsbare mensen in de samenleving de weg kwijt kunnen raken en verzeild kunnen raken in situaties van ernstige verwaarlozing, vereenzaming of verslaving."

 

De oplossing moet zeker niet gezocht worden in een groter aantal bedden, aldus de hoogleraar OGGZ. Een vorm van zorg die de afgelopen jaren toch al een enorme vlucht heeft genomen. Nederland is in Europa koploper als men het aantal GGZ-bedden per hoofd van de bevolking bekijkt. Van het totale budget van de GGZ gaat tweederde naar de bedden, terwijl maar 10 % van de patiënten daar gebruik van maakt. "Dat betekent dat met 33 % van alle middelen de ambulante zorg van 90 % van de patiënten betaald moet worden. Dit geeft een ernstige verschraling van het ambulante veld en dat is in de praktijk ook goed voelbaar. In de meeste zorgpraktijken hoort het uitvoeren van een huisbezoek feitelijk niet meer tot de mogelijkheden. Ambulante zorg wordt in toenemende mate zorg waarin alleen de patiënt ambulant is."

 

Om inclusieve zorg te kunnen bieden en de zorg voor kwetsbare groepen op peil te houden, moeten een aantal blokkades in de toekomst weggenomen worden. Dat zijn: versnippering in de zorg, versnippering in de financiering, omgaan met marktprikkels en gebrek aan kennis. Door versnippering in de zorg is onderlinge afstemming vaak moeilijk door verschillen in werkcultuur, prioriteiten en beschikbare middelen en tijd. De versnippering in de geldstromen (ZVW, WMO en AWBZ) maakt het lastig voor zorginstellingen om voor zinvolle OGGZ programma's duurzame financiering te vinden. Het DBC systeem uit het nieuwe stelsel van beginnende marktwerking noodzaakt tot het sluiten van een DBC aan het einde van een behandeling, zodat de verzekeraar overgaat tot betalen. Voor behandelingen in de OGGZ volstaat deze systematiek niet omdat patiënten er juist bij gebaat zijn als hun dossier ‘geopend' blijft.

Bert van Hemert heeft zijn oratie op 13 november 2009 in het Acacemiegebouw van het LUMC in Leiden uitgesproken.

Terug naar overzicht




ParnassiaBavo Academie

Wetenschappelijk Onderzoek

houdt je scherp!

Advies en ondersteuning bij wetenschappelijk onderzoek


Contact

Wetenschappelijk Onderzoek

Wetenschappelijk Onderzoek krijgt kleur!

  

Monsterseweg 83
255 RJ  Den Haag
T 070-3916582
F 070-3916146

E
@parnassiabavogroep